«  Supersudaca legt bloot

Artikel over geëngageerde zuid-amerikaanse architectuur

Supersudaca stelt op vernieuwende wijze de architectonische en stedenbouwkundige problematiek van Latijns Amerika aan de orde. Felix Madrazo (1972, Mexico) en Elena Chevtchenko (1981, Oekraïne) gaven op 24 mei in Stroom (Den Haag) een impressie van het werk van Supersudaca.

nieuws, publicaties en lezingen, 2006  ]

    Supersudaca bestaat uit elf architecten die elkaar via het Berlage Instituut in Rotterdam hebben ontmoet en nu verspreid over de wereld werkzaam zijn. De werkwijze van deze voornamelijk Latijns Amerikaanse architecten is inspirerend. Ze leggen het functioneren van specifieke situaties op analytische wijze bloot, zoeken met open blik plekken en mensen op en zijn niet bang om op hun bevindingen een geëngageerd bouwkundig antwoord te zoeken. Supersudaca werkt aan uiteenlopende projecten, waaronder twee boeken over respectievelijk de gevolgen van het toerisme voor architectuur en over PREVI, een internationale architectuurwedstrijd uit 1969 voor sociale woningbouw in Lima, waar veel avant-garde architecten aan deelnamen. Supersudaca won bij de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam 2005 de ‘best entry award’ met een studie over de gevolgen van het toerisme voor het Caraïbisch gebied en in het project How to latinize Holland, gaan ze ervan uit dat met het verdwijnen van publieke voorzieningen Nederlandse steden kunnen leren van de Latijns Amerikaanse.

   

    Zelf grotendeels afkomstig uit Latijns Amerika reageren de ‘sudaca’s’ (Spaans voor emigranten uit Latijns Amerika) op de extremiteiten van hun wereld. Ze begeven zich daarbij zowel in de ‘ordelijke wereld’ van grootschalige steden vol grids en modernistische architectuur, als in de ‘wanordelijke wereld’ van zich immer uitdijende favela’s en de ongeplande kant van de stad. De vraag hoe deze twee werelden functioneren en hoe ze zich tot elkaar verhouden staat daarbij centraal. Voor het project Informal City, informal culture in the City of Caracas - zijn ze letterlijk de sloppenwijken ingedoken om hen zo beter te leren begrijpen en te proberen te ontdekken wat de rol van een architect daar kan zijn. Meer dan 60% van Caracas is informeel tot stand gekomen. Door het ontbreken van publieke investeringen in huisvesting en infrastructuur is vrijwel de gehele middenklasse - en lager - aangewezen op zelfbouw en zelforganisatie. Door te werken op locatie is met zo’n informele wijk een ‘collectief bestemmingsplan’ voor lege plekken ontwikkeld.

    Het imposantste project dat ze in Stroom lieten zien betrof een grondige analyse van de toeristenindustrie in het Caraïbisch gebied dat focuste op all-inclusive tourists resorts. Waar velen de eilanden in het Caraïbisch gebied associëren met witte zandstranden vol palmen en een verleidelijk ‘bounty gevoel’ liet Supersudaca de keerzijde van deze idylle zien. Door het functioneren van deze branche op inzichtelijke wijze in kaart te brengen werd een schrijnende tweedeling zichtbaar, waar vervolgens al ontwerpend stedenbouwkundige antwoorden op werden gezocht. In heldere diagrammen, kaarten en overzichten lieten ze na een snelle tour door de geschiedenis zien hoe deze industrie is georganiseerd, wie welke kaarten in handen heeft, dat de leefomstandigheden van betrokken arbeiders, geheel buiten het zicht van de tropische luxe, erg slecht zijn en dat het milieu er al evenmin goed voorstaat. De gedachte dat de toeristenindustrie dan op zijn minst nog goed zou zijn voor de economie van het getroffen land blijkt fictie. Hoewel de meeste landen volkomen afhankelijk zijn van het toerisme blijft slechts zo’n 3% van iedere uitgegeven dollar in het land, de rest vloeit terug naar multinationals elders.

    De architectonische en stedenbouwkundige opzet van dergelijke complexen dragen voor een belangrijk deel bij aan de wantoestanden. Van reisbureaus en luchtvaartmaatschappijen, tot hotels en bars, alles is momenteel in handen van enkele vertikaal georganiseerde moederbedrijven. Dit heeft een grote invloed op de planologie van de toeristenindustrie. Waar vroeger hotels werden gebouwd aan de rand van een stad worden nu hele resorts in ‘het niks’ gebouwd, compleet met vliegveld, hotels en bars. Zelfs die ene ‘authentieke’ bar buiten het complex wordt beheerd door het moederbedrijf. Door de afgezonderdheid van de resorts zijn er nauwelijks voorzieningen voor werknemers en is het ecologisch beleid er een ramp. Er zijn geen scholen, weinig medische zorg en gigantische vuilstortplaatsen. Het doet denken aan de toestand van fabrieksarbeiders in Europa aan het einde van de 19de eeuw. Met enkele voorstellen probeert Supersudaca op onderzoekende wijze stedenbouwkundige alternatieven te schetsen waarin bijvoorbeeld de complexen meer worden geconcentreerd en arbeiders en toeristen meer worden geïntegreerd met elkaar. Net als veel ander werk van Supersudaca is dit een doorgaand project. Ze willen hun bevindingen publiceren en beleidsmakers confronteren, ook al is eerder gebleken dat betrokken ministers dubbele petten dragen en gebaat zijn bij een handhaving van de status-quo.

Supersudaca weet zich vol engagement. Zij beperken zich echter niet tot holle oplossingen van buitenaf. Door grondig onderzoek en oprecht contact met betrokkenen formuleren zij op natuurlijke wijze eigen ontwerpopgaven die misschien leiden tot nieuwe, maar zeker leiden tot passende concepten. Ze laten plekken een eigen programma op de agenda zetten waarvoor vervolgens architectonische of stedenbouwkundige vormen worden gezocht en – even belangrijk – aandacht wordt gegenereerd.

Iris Schutten, 31 mei 2006

  • http://www.archined.nl/archined/5437.0.html
  • http://www.supersudaca.info/

gepubliceerd op: 31 mei 2006