«  De achterkant van het gebruik

Artikel voor Het GROOT Rotterdams Bruggenboek

Waar overheid of bedrijfsleven de openbare ruimte veelal bezien vanuit functionalisering, esthetisering en beheersing blijkt de stedeling de gebouwde omgeving tevens te benutten voor bezinning, spel, recreatie en schuilplaats. Openbare ruimte blijkt letterlijk open-baar; zij bevat te ontginnen terreinen die zich goed lenen voor dat wat in eerste instantie niet bedacht was.

nieuws, stadscartografie, openbare ruimte, publicaties en lezingen, 2005  ]



Het Groot Rotterdams Bruggenboek verbeeldt, beschouwt en beschrijft de bruggen in hun betekenis voor de stad; artistieke en overdrachtelijke betekenissen vormen de leidraad: de brug als kunstwerk van de openbare ruimte. Verschillende auteurs beschouwen praktische en filosofische aspecten van bruggen (in Rotterdam), geïllustreerd met recent en historisch beeldmateriaal.

De kern van het boek ligt in nieuwe fotoseries door drie Rotterdamse fotografen – Wink van Kempen, Vincent Mentzel, Hajo Piebenga – en ‘wandelingen’ langs drieëntwintig markante bruggen op beide Maasoevers.

Eén van de bijdragen van het GROOT Rotterdams Bruggenboek - “De achterkant van het gebruik” - is geschreven door Iris Schutten.


Auteurs: Ton Bevers, Gepke Bouma, Peter Bulthuis, Frits Palmboom, Jaco Reusink, Q.S. Serafijn, Maarten Struijs, Iris Schutten, Siebe Thissen, en het essay ‘Brug en deur’ van Georg Simmel
Eindredactie: Gepke Bouma
Grafisch ontwerp: Bart Oppenheimer
248 pagina’s, ongeveer 280 afbeeldingen in kleur en zwart-wit gebonden in harde band
ISBN: 90 5994 0466
Verkrijgbaar in de boekhandel: € 29,00
Foto’s omslag: Hajo Piebenga, en Vincent Mentzel

gepubliceerd op: 15 april 2005