«  Quickscan Stedenbouw

Deelname aan de quickscan Stedenbouw Den Haag

Voor de quickscan Stedenbouw schreef Iris Schutten in het artikel "Tussentijd" wat de notie van tussentijd kan betekenen voor (steden-) bouw, illustreerde dat aan de hand van een bezoek aan F.A.S.T., het ‘Free Architecture SurfTerrain in Scheveningen en bracht de Haagse tussentijd in kaart.

nieuws, 2010, publicaties en lezingen, tussentijd  ]








   
Stedelijke transformatie in de tussentijd

    In de afgelopen eeuw zijn talloze ideeën over stad en stedenbouw de revue gepasseerd. De visies achter het Nieuwe Bouwen, de Wederopbouw, het bouwen voor de buurt en de Netwerkstad hebben gaandeweg ons stedelijk landschap gekleurd. Wat deze stromingen gemeen hebben is dat een eindbeeld centraal staat. De huidige tijd vraagt om een omslag in deze manier van denken. We zouden ons minder moeten toeleggen op het plannen van de verre toekomst en meer op de weg die daar naartoe voert, op ‘het ondertussen’, op het beheer en de ontwikkeling van de stad in het hier en nu. Dan komt niet het eindbeeld maar de tussentijd centraal te staan.


    De context van de Nederlandse stedenbouw is de laatste decennia behoorlijk veranderd. Het accent is verschoven van stadsuitbreiding in spreekwoordelijke ‘lege weilanden’ rondom de stad, naar binnenstedelijke ontwikkeling waarbij wordt ingegrepen in bestaand stedelijk weefsel. De gebouwde omgeving is niet langer uitsluitend het doel, maar ook het startpunt van ontwikkeling. De tussentijd is daarbij een onmiskenbare schakel tussen de start en de voltooiing van transformatie. Het is niet slechts een fase om tot een bepaald einddoel te komen, maar een wezenlijk onderdeel van een stedelijk organisme.


    Veel Nederlandse wijken ondergaan momenteel ingrijpende transformaties. Ook hier is de blik meestal vooral gericht op de toekomst, men droomt over en werkt aan hoe het ooit gaat worden. Intussen groeien hele generaties op tussen dichtgetimmerde huizen, gaten in het stedelijk weefsel en uit elkaar vallende sociale verbanden. In dergelijke periodes van leegstand, verval, sloop en nieuwbouw nestelen zich allerlei activiteiten. Krakers, junkies en daklozen vinden er onderdak en ondernemers maken gebruik van de opengevallen ruimte om kleinschalige activiteiten te kunnen starten. Kunstenaars en ontwerpers komen af op de goedkope woon- en werkruimtes en vinden er de inspiratie en vrijheid om projecten te ontwikkelen en te experimenteren. Bewoners gebruiken de ruimte die vrijkomt om er te spelen of hun hond uit te laten. En zo ontstaat in die tussentijd, die zich op het eerste gezicht kenmerkt door hekken en verwaarlozing, een wereld van kleinschalige activiteiten en initiatieven die van nut is op individueel niveau maar ook voor de hele buurt of stad van betekenis kan zijn.


    Pas recentelijk is men in de planvorming rekening gaan houden met de mogelijkheden van deze periode van transformatie. Men kan op twee manieren kijken naar gebieden in transformatie. Enerzijds worden ze gezien als zorgwekkend rommelgebied, gapende wond, vergeten verlatenheid en/of moeilijk beheersbaar terrein, anderzijds worden ze ook gezien als een welkome verademing die ruimte, vrijheid en mogelijkheden schept in de dichtgebouwde, dichtgeregelde en dichtgeplande stad.


    Tussentijd in Den Haag en lessen voor de toekomst

    F.A.S.T. - het ‘Free Architecture Surf Terrain – is een voorbeeld van hoe tussentijd kan worden ingezet. Op een braakliggend terrein langs de boulevard van Scheveingen is hier en ‘surf-hostel’ gebouwd van containers., inclusief bar, restaurant, winkel en werkplaats. Surfers kiezen zelf of ze betalen voor hun overnachting of helpen het project verder op te bouwen. Bijzonder aan dit project is niet alleen het gebruik van de tussentijd maar ook hoe het verbanden aangaat met organisaties uit de omgeving, en hoe het plan voortdurend wordt aangepast aan de ontdekkingen die in de tussentijd worden gedaan. Zo is er in een bunker onder het terrein een bunkermuseum geopend welke gerund word door een haagse bunkergroep, een dependance van het naburige museum Beelden aan Zee in een van de containers ondergebracht en ‘Badgast’ geplaatst, een artist in ressidence-plek.

    Tussentijdgebieden worden doorgaans onttrokken aan de stad doordat ze zijn dichtgetimmerd en omheind. F.A.S.T. laat zien dat gebruikers van de stad zouden zich deze gebieden veel meer toe kunnen eigenen. In deze ongrijpbare, onbepaalde en onbestemde periode ontstaat immers ruimte voor verrassende ontmoetingen, verbindingen en impulsen, met name indien sprake is van een publieke functie. In de praktijk is dat echter lastig doordat regels en vergunningstrajecten niet zijn toegesneden op het specifieke karakter van de tussentijd. Door die regels tijdelijk te versoepelen, wordt het gemakkelijker de tussentijd te gebruiken en van betekenis te laten zijn voor de wijk en zo weer deel uit te laten maken van de stad. Daarmee wordt het potentieel van de stad beter ingezet waardoor nieuwe dynamiek kan ontstaan.

    Bij projecten in de tussentijd is verder vaak sprake van vermenging van disciplines, van ‘versmelting’ tussen kunst en stedenbouw, tussen sociaal en fysiek. Dit levert extra dimensies op voor de stedelijke vernieuwing. De toenemende specialisering binnen professies maakt een zo complex organisme als de stad, tot een star geheel. Alleen als specialismen vakoverschrijdend en interdiciplinair worden ingezet en zich zo weer openen voor elkaar, kan het stedelijk organisme op nieuwe manieren gaan functioneren. Net als bij F.A.S.T. het geval was kan gebruik van de tussentijd kan input geven aan planvorming. Wil men dat binnen de stedenbouw ook dan is het nodig dat corporaties en gemeentes meer meebewegen met de reële stad (het informeel gebruik, de aanwezige kennis en bedrijven en de lokale cultuur) en dat men veel beter, gedetaileerder kijkt naar transformatielokaties alvorens men ingrijpt. Deze werkwijze genereert in eerste instantie misschien weinig economische waarde in de nauwe betekenis van het woord, maar wel veel sociale, kunstzinnige, maatschappelijke en culturele waarden. Deze hebben een positieve invloed op het leven in en de ontwikkeling van een plek en komen zo uiteindelijk ook de samenleving en economie ten goede.


    De tussentijd als begrip beperkt zich overigens niet uitsluitend tot de periode van herstructurering, de stad is immers continu en overal aan verandering onderhevig. Stadsdelen en gebouwen ondergaan voortdurend kortere of langere perioden van bloei en verval waardoor zich steeds opnieuw perioden van transformatie, leegstand, onzekerheid of pauze voordoen. Men kan dus ook spreken over tussentijd als een soort onbegrensde, of eeuwigdurende tussentijd, wat een specifiek beroep doet op architectuur en stedenbouw. Het eindbeelddenken wordt dan losgelaten. Al lijkt het vertalen van tussentijdtactieken naar beleid een schier onmogelijke opgave – tussentijd gedijt immers bij het ontbreken van beleid en bij de gaten in regelgeving – toch is er beleid denkbaar die meer ruimte laat zodat deze periodevan betekenis kan zijn voor het alledaagse leven en de stedelijke planvormingspraktijk. Dat vraagt om flexibeler planprocessen en een open source-achtige aanpak van stedelijke ontwikkeling.


    Kansen, mogelijkheden en aanleidingen in Den Haag

    Alle transformatiesgebieden in Den Haag lenen zich voor aanpak vanuit de tussentijd. Denk aan grootstedelijke herstructureringlokaties als Duindorp, Transvaal en de Binckhorst. Er zijn chter ook veel andere plekken die zich misschien minder duidelijk als transformatiegebied manifesteren maar die toch onmiskenbaar ‘in de tussentijd’ verkeren. Zo zijn er de lege ruimtes boven de winkels in de binnenstad, kerkgebouwen die leegstaan omdat ze hun oorspronkelijk functie hebben verloren, ongebruikte brugwachtershuisjes, structureel leegstaande kantoorgebouwen en bedrijfspanden, het verlaten Norfolkterrein en braakliggende terreinen waar al jarenlang niets mee gebeurt. Deze stedelijke tussentijd is te zien als leeg land waar stedelijke ontwikkeling mogelijk is. Deze lege stad is een context met specifieke eigenaardigheden, de huidige stedenbouwkundige ontwikkelingsmodellen zijn hiervoor zijn ontoereikend. Studio Iris Schutten zou de komende tijd de stedenbouwkundige gereedschapskist hiervoor willen uitbreiden middels ontwerpend onderzoek.


    Op diverse plekken in Den Haag wordt tussentijd actief benut, soms georganiseerd vanuit de gemeente of woningbouwcorporaties, maar vaker ontwikkeld ‘van onderaf’: FAST (Free Architecture Surfterrain), Mobiel Projectbureau OpTrek, Bink 36, de Vloek, de Illusie, Zuidwal, de Regentenkamer, de Besturing en Maakhaven zijn voorbeelden van dergelijke tussentijdprojecten. Den Haag kent ook veel voorbeelden van projecten welke in door gebruik in de tussentijd ontstaan zijn; denk aan het Pander complex, de Waterspin en de Lange Beestenmarkt, maar ook diverse publieke voorzieningen zoals het Paard en Korzo zijn geboren in de tussentijd.


    Implementatie in stedenbouwkundige processen en ontwerpen

    Wil men de tussentijd productief maken dan vraagt dat om een mentaliteitsverandering in de stedenbouw:

  • Tussentijd ontsluiten; Allereerst dient men zich bezust te worden van tussentijd als een periode die men betrekken in het stedelijk ontwerp, in plaats van dat zij een onbeoeld neveneffect van transformatie is

  • Interdisciplinair werken; Alleen als specialismen vakoverschrijdend en interdiciplinair worden ingezet en zich zo weer openen voor elkaar, kan het stedelijk organisme op nieuwe manieren gaan functioneren

  • Maak ruimte voor verschil; Zowel voor de tussentijd als voor de stedelijke vernieuwing zelf is ‘ruimte voor verschil’ een vruchtbaarder uitgangspunt dan de ‘utopie van gelijkheid en uniformiteit’. Men moet dan kunnen accepteren dat de ene plek niet hetzelfde is geregeld als de andere, simpelweg omdat de context van locaties verschilt en dat daardoor op verschillende locaties verschillende zaken wenselijk worden geacht.

  • Tussentijd inzetten als als ontdek – experimenteer en ontwikkelingstool; ontdekkingen uit de tussentijd meenemen in het planproces, en plannen uitproberen in de tussentijd

  • flexibele planprocessen; Eindbeeldenken vervangen door proces-denken, denk ook aan ‘open source urbanism/architecture’


Iris Schutten, november 2009


De Quickscan Stedenbouw (sept ‘09- jan ‘10) is uitgevoerd in opdracht van het Stimuleringsfonds voor Architectuur ten behoeve van de Nulmeting Stedenbouw en georganiseerd door STROOM.

gepubliceerd op: 15 maart 2010