«  Quick scan Freestyle Space

Freestyle sports in Rotterdam in kaart

Voor skaters, freerunners en andere straatsporten vormt de stad het speelveld: over een railing kan je ‘sliden’ en tegen een muur maak je een dubbele achterwaartse salto. Hoe ziet de leefomgeving eruit door de ogen van straatsporters? Studio Iris Schutten heeft de Freestyle Sports in Rotterdam in kaart gebracht en onderzocht wat dit betekent voor het ontwerp van de stad en Rotterdam Zuid in het bijzonder.

freestyle sports, nieuws, stadscartografie, openbare ruimte, publicaties en lezingen, 2009  ]

    Freestyle Space
Met sierlijke bewegingen wervelen hun lichamen door de harde, gebouwde omgeving. Vliegend over betonnen muren, snellend over asfalt en draaiend in de lucht, tarten ze de zwaartekracht en stellen ze het reactievermogen op de proef. Op boards, fietsjes of gymschoenen wordt de gebouwde omgeving zo één groot parcours, een spel, recreatielandschap, sportlocatie en ontmoetingsplek in één. Dat is niet zo gek. Nu de stedelijke omgeving al generaties lang de dagelijkse habitat van de mens is geworden, verandert ook het gebruik en gedrag ten aanzien van die omgeving. Dit nieuwe gebruik van en deze andere kijk op het stedelijk landschap bieden radicale mogelijkheden voor het ontwerp.

Freestyle sports in de stad
Freestyle sports is de verzamelnaam voor een aantal relatief jonge sporten zoals skateboarden, bmx-en en freerunnen. Deze sporten nemen de gebouwde omgeving als uitgangspunt, maar gebruiken haar anders dan hoe ze is bedacht en ontworpen. Deze sporten spelen zich niet alleen af op speciaal daarvoor ingerichte terreinen, maar veel meer in het alledaagse stedelijke landschap. Het gaat bij deze sporten om de kunst van het bewegen, om de uitdaging, de vrijheid en het verleggen van de eigen grenzen zonder dat daar regels voor zijn. Eigenlijk brengen deze sporten de gedachten van het situationisme, een avant-garde beweging van eind jaren vijftig, begin jaren zestig van de vorige eeuw, letterlijk in praktijk. ’Het situationisme wilde de vrije tijd bevrijden en ontregeling als principe binnen brengen in de stad’ en daarbij stonden het spel, het dwalen door de stad en het verdraaien van situaties centraal. Constants New Babylon hoeft niet te worden gebouwd, freestyle sporters gebruiken gewoon de huidige stad als speelterrein, als één groot object trouvé voor de homo ludens.


      
     

Het beperkt zich niet tot de drie genoemde sporten, ook skaten, urban cliff diven, urban adventure, urban golf, base jumpingen urban climbing kunnen tot de freestyle sports worden gerekend. En dan nóg is dat een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Iedere tak van sport kent namelijk een zeer uiteenlopende onderverdeling in verschillende stijlen, vormen en behoeften. Zo zijn bij bmx al zeven verschillende vormen te onderscheiden, variërend van dirt (op zandheuvels), flat (breakdance op de fiets op vlak asfalt) tot vert (op half-pipes en ramps) en race. Veel van deze afsplitsingen zijn creatieve individuele sporten waarbij het er niet om gaat de hoogste, snelste, mooiste of beste te zijn, maar om eigen, vrije manieren van bewegen te ontwikkelen en grenzen te verleggen.

Skateboarden, de oudste stedelijke freestyle sport, is rond 1960 ontstaan binnen de Amerikaanse surfscene waar wielen onder de surfplank een oplossing vormden voor golfloze dagen. In het begin bestond het skateboarden uit cruisen; men gleed door de straten en deed surftricks op het skateboard. Pas later is men in lege zwembaden gaan skaten, en specifieke skate jumps en tricks gaan ontwikkelen. De lange en lompe boards werden vervangen door smallere, kortere boards die de basis zijn van de hedendaagse skateboards.
    Skaters noemen Rotterdam de moederstad van het skaten in Nederland. In de jaren tachtig is het skaten er begonnen op de toen nog verlaten terreinen rondom de Holland Amerika lijn op Zuid. Inmiddels kent Rotterdam een grote en diverse skatecultuur. In een Engels tijdschrift schijnt al te hebben gestaan dat Rotterdam het nieuwe Barcelona is (Barcelona is het skatemekka van de wereld).


Parkour en freerun
Parkour en freerunnen zijn de recentste en wellicht ook de puurste vormen van stedelijke freestyle sports, uitgevoerd zonder attributen anders dan goede schoenen. Muurtjes, hekken en hoogteverschillen zijn uitdagende obstakels waar je op je eigen manier overheen kunt gaan. Het verschil tussen parkour en free-running is de stijl. Bij freerunning is het de bedoeling om zo sierlijk mogelijk van punt A naar B te gaan, terwijl het bij (het originele) parkour gaat om de eigen weg zo snel en vloeiend mogelijk af te leggen. Bij parkour horen vlugge en efficiënte bewegingen in tegenstelling tot het freerunnen, waarbij ook bewegingen zoals 360’s of flips worden gemaakt. Het Urban Freelow Network schrijft in het artikel ‘A natural perspective’: ’One of the most striking differences between Parkour and other so-called ‘extreme’ sports is that it is not concerned solely with the acquisition of physical skills, but also with the improvement of one’s mental and spiritual wellbeing. Ensuring that physical progress is not at the expense of mental progress is one of the main aims of a good traceur. One oft-cited method of achieving this aim is, during the practice of Parkour, to focus on one’s own thoughts and desires while blocking out the thoughts and desires of others.’ Met hun bewegingen herdefiniëren traceurs de betekenis van stedelijke ruimte door de manier waarop ze deze beschouwen en gebruiken. Terwijl het in eerste instantie om de gebouwde omgeving draait, houdt freerunnen tevens verband met gedachten omtrent respect, ecologie, duurzaamheid en het besef één te zijn met je omgeving. Vrijwel alle freerunners refereren aan een speciale mindset; ‘het gaat niet om competitie, je traint liever met elkaar dan tegen elkaar. Je traint jezelf om obstakels te overwinnen, dat ga je in het dagelijks leven ook doen en dat geeft je meer zelfvertrouwen, het gaat erom je eigen grenzen te verleggen, met elkaar.’ Met name het afgelopen jaar zijn er behoorlijk veel freerunners in Rotterdam bijgekomen. Rotterdam lijkt nu ook de Nederlandse hoofdstad voor het freerunnen te worden.


Freestyle sports en het ontwerp van de stad
Er is een grote discrepantie tussen hoe de stad Rotterdam zich presenteert en hoe de stad zich voordoet aan freestyle sporters. Waar de stad zich in de kijker wil spelen door gebouwen als grote iconen een bijdrage te laten leveren aan een fantastische skyline, zien de freestyle sporters vooral de onderste drie meter van de stad. Waar zijn de gladde vloeren, stevige bankjes, toffe stairs en uitdagende roofgaps?
Rotterdam manifesteert zich als sportstad, vooral met grote evenementen zoals het Redbull Cliff Diving Event, Go Fast x-days, en de Rotterdam Grand Prix of Skateboarding aan het Leuvehoofd. Dit zijn prachtige evenementen waar veel mensen op af komen maar ze hebben weinig te maken met de dagelijkse realiteit van de jongens en meiden die runnen, skaten of bmx-en. Voor hen is de alledaagse omgeving het sportterrein. Negenennegentig procent van de tijd dat ze met hun sport bezig zijn, zijn ze daar. Een stad die zich wil manifesteren als sportstad en vindt dat ‘alle Rotterdammers – van jong tot oud – die sporten moeten kunnen beoefenen die het beste bij hen passen’, die ‘een eigentijds sportaanbod voor de jeugd’ wil creëren ‘waarbij de jeugd zelf aangeeft welke voorzieningen in het bestaand aanbod gewenst zijn’ en die ‘Rotterdam wil promoten als aantrekkelijke sportstad voor de jeugd’ zal dan ook gerichter beleid moeten maken op deze alledaagse omgeving. Dit specifieke gebruik van de stad biedt bovendien kansen ter promotie van de stad. De meeste urban freestyle sporters hebben voortdurend camera’s bij zich en maken foto’s en video-opnames die in groten getale op kanalen als youtube verschijnen. ‘Zet je een obstacle op een goede, fotogenieke plek neer met een mooi uitzicht over Rotterdam dan geeft dat vanzelf een hele hoop free publicity voor de stad’.


Terwijl het aantal beoefenaars van freestyle sports groeiende is, wordt hier binnen de stadsplanning weinig rekening mee gehouden. Er is zelfs sprake van een zekere intolerantie ten aanzien van deze manier van ruimtegebruik. Dit terwijl deze sporten juist zo goed aansluiten bij de welzijnsdoelstellingen van deze tijd, zoals het bevorderen van lichamelijke beweging onder de jeugd en het idee van de stedelijke ruimte als ons gezamenlijk publiek domein. Het ideaal is een publiek domein waar het niet alleen draait om consumentisme en een efficiënte infrastructuur, maar waar ruimte is voor diversiteit, waar men zichzelf kan zijn en de ander kan ontmoeten. In plaats van freestyle sports te bestrijden alsof ze een bedreigende activiteit zijn, of ze te negeren alsof ze onbelangrijk zijn, kan men ze ook accepteren als één van de activiteiten die bij het stedelijk leven horen. Er is echter een groot verschil tussen de gemeente de stad vormgeeft en de manier waarop freestyle sporters de stad gebruiken. Binnen het gemeentelijk beleid ligt het accent op het creëren van formele locaties voor georganiseerde sporten. Freestyle sports manifesteren zich echter vooral als ongeorganiseerde sporten op informele plekken. Met het formaliseren van het informele negeert men de essentie van deze sporten, want, zoals freerunner Tymen van Leeuwen het verwoordt: ‘je moet het doen met wat je hebt en daar creatieve oplossingen voor vinden.’ Wat de gemeente wel kan doen is de aanwezigheid van deze sporten accepteren en er ruimte voor bieden. Ook kan ze leren van de manier waarop naar de stad wordt gekeken en waarop deze wordt gebruikt. Voor freestyle sporters is de stad één groot recreatielandschap. Dat geldt trouwens voor steeds meer mensen, zoals de zonnebaders op het Strand aan de Maas, de vissers langs de kaden, de koffiedrinkers op de stoep, de hardlopers door de stad en de jongeren op het plein.

Met de verdichting van de stad wordt de druk op de openbare ruimte steeds groter. Deze zou dan ook meer op dit recreatieve gebruik afgestemd kunnen worden. Het stedelijk landschap is meer dan een functioneel en economisch systeem, het is in toenemende mate ook een ruimte voor ontmoeting en vermaak, een plek om te flaneren, te verpozen en te sporten. De lang gehandhaafde modernistische opvatting dat de functies wonen, werken, recreatie en mobiliteit zoveel mogelijk gescheiden moeten worden, wordt ingehaald door de werkelijkheid. De stedelijke omgeving wordt gebruikt voor alle functies tegelijkertijd, in nabijheid van elkaar of overlappend. Ten aanzien van wonen en werken zie je dan ook interessante mixvormen ontstaan, op het gebied van recreatie kan echter nog veel gebeuren.

Trainingslocaties
Freestyle sports zijn niet gehéél informeel en ongeorganiseerd. Voordat men de stad ingaat voor het echte werk, traint men op formelere locaties. Waar skaters dagelijks en bmx-ers wekelijks terecht kunnen in Skateland – en bovendien over een reeks formele buiten-spots beschikken, zijn er voor freerunners nog geen echt goede binnen- of buitenlocaties. Groepen huren nu gezamenlijk gymzaaltjes af maar een echt goede binnenlocatie met de juiste voorzieningen is zeer welkom. Action Cave, een tijdelijke locatie van freerunner Henk Strijdhaftig op Zuid, is wat dat betreft een stap in de goede richting, al is het jammer dat hem slechts een jaar zekerheid wordt geboden. Ook een definitieve buitenplek staat op zijn verlanglijst – het tijdelijke park aan de Motorstraat is daar een voorbode van. Het is opvallend dat de sporters deze parken het liefst perfectioneren zodat ze de beste hoogtes, afstanden en materialen bieden. Het parcours voor het ‘echte werk’ bevindt zich echter in de stad – de afwijkingen daar dagen uit en vragen om creatieve oplossingen. Onder freerunners zijn de meningen over een formeel oefenterrein in de buitenlucht overigens verdeeld. Terwijl het sommigen prettig lijkt een plek te hebben waar ze elkaar kunnen ontmoeten en verschillende jumps op één locatie kunnen oefenen, vrezen anderen dat het bestaan van zo’n locatie als excuus zal worden gebruikt om hen op andere plekken weg te sturen. En dat zou inderdaad zonde zijn. Deze sporters maken van onze vaak zo anonieme stedelijke omgeving het zo begeerde publieke domein en laden de alledaagse omgeving op met nieuwe betekenissen. Voor de stedelijke ruimte betekent dat een kans op een nieuwe, positieve en spectaculaire impuls ten aanzien van de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte. Hier ligt een kans voor het realiseren van specifiek publiek domein. In Den Haag is het Spuiplein een prachtig voorbeeld van zo’n publiek domein: tussen de ambtenaren van het stadhuis, het uitgaanspubliek van omliggende theaters en de bezoekers van de binnenstad, skaten de skaters er lustig op los. De brede, oversized trappen van het aangrenzende hotel Mercure vormen een riante tribune voor toeschouwers en skaters. De onderste trede van deze trappen is voorzien van een metalen strip zodat het steen niet afbrokkelt en het fijner skate. Iedereen beweegt er door elkaar, voor elkaar een prachtig schouwspel opvoerend. ‘Architectuur en stedenbouw houden niet op bij de oplevering van een gebouw, straat of plein. Eenmaal opgeleverd is het aan de gebruikers om de geplande ruimte te transformeren tot cultureel domein, er bezit van te nemen en persoonlijke en sociale betekenissen aan toe te kennen.’
Ieder nieuw gebouw neemt ruimte van de stad in. Je zou deze gebouwen ook kunnen vragen ruimte aan de stad terug te geven, door meer aandacht te besteden aan de plint en plekken te maken waar iedereen kan zitten, skaten, verpozen, vissen of verblijven, en door bij het stedelijk ontwerp de landschappelijke structuur van de openbare ruimte te benadrukken.


In de praktijk
Grootse voorbeelden van urban freestyle sportparks zijn Mellowpark in Berlijn, Burnside Bridge Skate Park in Portland (Oregon, VS) en Jiyo Parkour Park in Kopenhagen. De eerste twee zijn in de loop van jaren door sporters zelf gebouwd in restruimtes van de stad. Mellowpark ontstond op een braakliggend terrein langs de Spree in Berlijn, Burnside Bridge onder een grote brug over de Willamette River nabij het centrum van de stad Portland. Deze restruimtes boden de sporters lange tijd rust en luwte waardoor er in de loop van de jaren steeds grotere en gevarieerdere parcoursen konden worden gebouwd. Beide locaties zijn uitgegroeid tot ware begrippen in de freestyle sportwereld. Tekenend voor het succes van Mellowpark is het feit dat de gemeente Berlijn Mellowpark een locatie voor een nog veel groter park heeft aangeboden, toen ze van de huidige locatie moesten vertrekken. Dit nieuwe terrein wordt verbouwd met veel oog voor de bestaande stad: gebouwen, structuren en ook buren. Voor de realisatie van een grote, droge bmx-plek wil Mellowpark een alliantie aangaan met een naastliggend stadion. Door samen een dubbele vloer asfalt te financieren, komt op de zaterdagen extra parkeerruimte beschikbaar voor de stadionbezoekers, terwijl de bmx-ers op andere dagen een ruim oefenterrein hebben. Het is een voorbeeld van slim meervoudig ruimtegebruik dat voor uiteenlopende partijen voordelen biedt. Met een strakke compositie van muurtjes en balken op verschillende hoogtes en op verschillende afstanden, wordt een plek geboden waar zowel beginners als gevorderden terecht kunnen. Jiyo Parkour Park is het eerste op freerun en parkour geörienteerde sportpark ter wereld en werd in augustus 2009 geopend. Het park is geïnspireerd op de beste locaties in de wereld, waaronder Lisses in Parijs, de stad waar parkour geboren is. Bij alledrie deze projecten is bottum-up ontwikkeling van groot belang. De kennis, ervaringen het enthousiasme van de sporters zelf, maken het tot ultieme plekken die vervolgens gemakkelijk toegeëigend worden.

Freestyle sports en Rotterdam Zuid
Deze ideeën over de stad als recreatief landschap samen met de behoefte aan trainingslocaties voor binnen en buiten, zijn ook voor de ontwikkeling van Rotterdam Zuid interessant. Onder het motto ‘Rotterdam: international city of youth, sports and talents’ wordt langs de Maas tussen de Kuip en de Van Brienenoordbrug het Stadionpark ontwikkeld. Dit gebied moet in 2030 kantoren, woningen en allerlei sportvoorzieningen bieden met onder andere een nieuwe Kuip, een aantal sportopleidingen en een sportcampus. De nieuwe sportopleiding van de Hogeschool wil zich daarbij richten op de niet-conventionele sporten. Stadionpark is dus een gebied dat zich bij uitstek leent om te worden vormgegeven als ‘recreatief landschap’. Dat zou ook naadloos aansluiten bij de doelstellingen die in de gebiedsvisie staan geformuleerd: ‘.. de sportwereld, het bedrijfsleven en onderwijs komen hier samen en versterken elkaar. Het gebied heeft … fraaie gemeenschappelijke buitenruimtes … een brede sportcultuur, voor jong en oud, voor beginners en internationale topsporten, met aandacht voor diversiteit, multifunctionaliteit, meer bewegen en een actieve leefstijl…en attractieve verblijfsruimtes.’ In de plannen gaat het tot nu toe om een optelsom van functies terwijl nog weinig wordt gezegd over de ruimtes daartussen. Het vorig jaar verschenen boek New public change, new urban landscapes bevat uitgebreide documentatie en een analyse van een aantal recent opgeleverde en goed werkende publieke ruimtes in Europa. Het biedt een set strategieën en concrete voorbeelden die daarvoor als inspiratie kunnen dienen. Zoals (vrij vertaald): vergroot open ruimte voor faciliteiten, koloniseer tussenruimtes van infrastructuur, verander daken in publiek landschap, geef ruimte aan en zoek de balans in verschillende ritmes in snelheden en wijzen van gebruik, creëer netwerken van verbonden ruimtes, pas stadsmeubilair aan divers gebruik aan, creëer diverse stedelijke ruimtes, introduceer recreatieve en experimentele activiteiten en maak gebruik van onderliggende, landschappelijke structuren. De voorkeur om de Kuip aan de Maas te zetten, als een soort grote muur tussen de wijk en één van haar grootste landschappelijke attracties in, is in dat licht onbegrijpelijk.

De realisatie van Stadionpark laat nog minstens twintig jaar op zich wachten, men zou de tussentijd in kunnen zetten om dit gebied alvast in deze richting te profileren. Nu al zijn er grote plakken asfalt rondom stadion de Kuip (en Ahoy) die het grootste deel van de tijd ongebruikte, doodse plekken van de stad zijn. Dergelijke plaatsen lenen zich goed voor meervoudig ruimtegebruik à la Mellowpark. Onder de van Brienenoordbrug en het stadionviaduct liggen verlaten landschappen die perfecte, droge oefenplekken voor freestyle sports zouden kunnen zijn. Ook braakliggende terreinen – het onvermijdelijk neveneffect van grootschalige gebiedsontwikkeling – lenen zich voor programmering in die richting, denk aan freestyle dirt bmx en het huidige freerunpark park op een braakliggend terrein in de Motorstraat, en het sportification-project van Complizen waarbij onder andere het trappenhuis van een leegstaand kantoorgebouw in Halle-Neustadt (Duitsland) werd gebruikt als bmx-parcours.
Onderzoek met jongeren waar en hoe ze hun sport in de stad vorm zouden willen geven en gebruik hun specifieke expertise bij de ontwikkeling. De werkgroep ‘Het Stadionpark brengt jongeren in beweging’ zou daar wellicht een rol in kunnen spelen. Wees je daarbij bewust van de uiteenlopende planhorizon van jongeren en gemeentelijke instanties. Met realisatietermijnen van vier jaar of meer, zoals het geval was bij de realisatie van skate-spotWest Blaak, ga je voorbij aan de belevingswereld en spankracht van jongeren. Maak onderscheid tussen plannen voor lange en korte termijn.
Rotterdam is een freestyle sportstad bij uitstek. Voor zowel de skaters, bmx-ers als freerunners is Rotterdam de moederstad voor hun sport in Nederland. Betrokken jongeren zijn gemotiveerd, positief en ondernemend. Geef bij het ontwerp van de stad ruimte aan de potenties die dat in zich draagt, en leer van de manier waarop zij de stad gebruiken. De stedelijke omgeving is niet alleen ons woon- werk- en verkeerslandschap, zij is tevens ons dagelijks recreatielandschap geworden.

  • Freestyle sporters versterken de notie van de stedelijke ruimte als publiek domein. Wees tolerant, accepteer hun aanwezigheid en geef hen de ruimte.
  • De openbare ruimte in de stad is een ’stedelijk landschap’ waar gesport, ontmoet, geflaneerd en verpoosd wordt. Binnen het ontwerp kan hier zowel op de schaal van de stad als op de schaal van het gebouw meer aandacht aan worden besteed.
  • Realiseer formele locaties, zowel binnen als buiten. Droge buitenlocaties zijn geliefd.
  • Handel snel. Denk na over later maar ontwikkel reeds in het hier en nu.

Iris Schutten, november 2009

  • Quickscan en tekst: Studio Iris Schutten
  • 3d-visuals: Karensa Zonruiter
  • eindredactie: Catja Edens, Spatie
  • Grafische vormgeving & infografics: Matthijs Sluiter
  • Drukwerk: Albani / Grafisch Compleet
  • foto bmx-ster: “Shanice’s Silhouette” - (c) 2007-2009 door JeromesPOV
  • foto skateboarder: (c) Koen Taselaar

Met dank aan:
Henk Strijdhaftig, FRIENDS-CRW (Michiel Boone, Ismael Bouamar, Onur Eren, Ted Heil, Alex Laman, Maurits Wondergem), team RISE (Tijmen, Brandon, Salim, Mike, Fabio en Cedric), Rinus van Dam, Koen Taselaar, Jeroen Burgstadt (projectmedewerker sportstimulering, Dienst Sport en Recreatie gemeente Rotterdam), Gait Heutink (programmamanager buitenruimte OBR gemeente Rotterdam), Césare Peeren (2012Architecten), Klaus Overmeyer (studio Urban Catalyst), Martin Coops (team Yijo), Jeroen / Jeromes POV, Tore Dobberstein (Complizen), Kamiel Klaasse (NL architects), Reindert van der Wal (DSV gemeente Rotterdam) en Eveline van Egdom.

Deze inventarisatie kwam tot stand in opdracht van YOUR CITY, Jongeren maken Zuid, een manifestatie van AIR en stichting Kijk op Zuid, en werd mede mogelijk gemaakt door Concire, Com.wonen, Dura Vermeer Bouw Rotterdam, Bouwfonds, AIR Foundation, YOUR WORLD, Pact op Zuid, Stimuleringsfonds voor Architectuur, VSBfonds, Stichting DOEN, SNS REAAL Fonds, Stichting Bevordering van Volkskracht, Stichting Job Dura Fonds, Gemeente Rotterdam dienst Kunst en Cultuur, Deelgemeente Feijenoord, Hart van Zuid, ERA Contour, BAM Woningbouw Rotterdam, Volker Wessels Vastgoed, Gemeente Rotterdam dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving, Partners for Healthy Cities en Rojo Steigerbouw.

gepubliceerd op: 25 november 2009