«  Pauzestreken

Publicatie van onderzoek naar pauzelandschappen in Deventer

De totale oppervlakte aan leegstand in Deventer is net zo groot als de geplande uitbreidingswijk Steenbrugge. De mogelijkheden van deze pauzelandschappen worden nog niet volledig benut! Braakliggende terreinen, leegstaande kantoren en verlaten woningen zouden beter gebruikt kunnen worden. Tijdelijk, of nog beter, voor het uitvinden van nieuwe functies. Deze website publiceert de resulaten van een half jaar onderzoek naar de potenies, mogelijkheden en belemmeringen voor het gebruik van pauzelandschappen.

stedelijke ontwikkeling, nieuws, publicaties en lezingen, tussentijd, de lege stad, 2013  ]

Pauzestreken, van korte of lange duur?

Pauzelandschappen zijn terreinen en gebouwen waar oude functies al zijn verdwenen, terwijl de nieuwe, definitieve gebruikers nog niet in zicht zijn. Pauzelandschappen kleuren in toenemende mate ons stedelijk landschap en zijn er in verschillende verschijningsvormen, maten, tijdspannes en dichtheden. In Deventer is zo goed als elk type pauzelandschap vertegenwoordigd. Deze site brengt de meest in het oog springende, verschillende soorten leegstand, potenties en struikelblokken globaal in kaart. Door de verschillende pauzelandschappen als één geheel te zien in plaats van als losse incidenten, worden grotere verbanden, structuren en kansen zichtbaar. Is in dit gevarieerde landschap wel sprake van pauze of is het onbestemd zijn van langere duur? 

Leegstaande silo in Havenkwartier Deventer

Positieve en negatieve leegstand

Dat er leegstand is in een stad is heel normaal en lang niet altijd negatief. De wenselijke leegstand van gebouwen, frictieleegstand, zorgt juist voor beweging, voor verschuiving. Beweging van en naar een nieuwe woning, het betrekken van een nieuw kantoorgebouw. Er is altijd een bepaalde mate van leegstand nodig om het mogelijk te maken dat partijen door kunnen verhuizen naar nieuwe locaties. Deze verhuizingen sluiten nooit naadloos op elkaar aan. De huidige mate van leegstand overtreft de frictieleegstand echter vele malen. Aanhoudende leegstand, zonder dat zich een duidelijke nieuwe functie aandient, structurele leegstand, heeft een negatief effect. Het heeft consequenties voor de directe omgeving en beïnvloedt ons economische, ruimtelijke en functionele stelsel. Het grootste probleem van structurele leegstand is dat het lang niet altijd als zodanig wordt herkend. Eigenaren en verhuurders blijven hopen op nieuwe klanten in de toekomst en sluiten om die reden vaak zelfs tijdelijk gebruik uit.


Tijdelijk gebruik als eerste stap naar nieuwe ontwikkeling

Door veranderingen in onze samenleving lijkt een groot deel van het pauzelandschap definitief zijn oude functie te hebben verloren. Denk aan de leegstaande winkels, kantoren, braakliggende terreinen en schoolgebouwen. Dit pauzelandschap wordt in Deventer niet overal maar wel opvallend vaak tijdelijk in gebruik gegeven aan derden, waarbij stakeholders verwachten na verloop van tijd weer op de oude voet verder te kunnen gaan. Het kan ook anders. Pauzelandschappen lenen zich als vorm van ruimtelijke, tijdelijke én economische tussentijd uitstekend voor het proefondervindelijk uitvinden van nieuwe mogelijkheden. Tussentijds gebruik kan stap één kan zijn binnen de organische ontwikkeling en appelleert aan innovatief design, ondernemerschap en het leggen van nieuwe verbanden. Het kennisplatform Tussentijd in Ontwikkeling stelt dat:

‘Wanneer tijd als kwaliteit kan worden gezien binnen een ruimtelijk ontwikkelingsproces, dan biedt dat mogelijkheden voor andere, meer flexibele vormen van ontwikkelen. De gebruiker kan daarbij centraal worden gesteld in het proces, en daardoor behalve gebruiker ook producent worden van zijn eigen ruimte.’

– Kris Oosting in het verslag Tussentijd in Ontwikkeling, Den Haag, april 2012 

Plek versus landschap

De aanwezigheid van pauzeplekken is geen toevalligheid, geen incident. Het zijn stedelijke ruimtes die onlosmakelijk met de stad verbonden zijn. Daarom is de term pauzelandschap ook sterker: het gaat niet over individuele plekken, maar over een veelheid aan locaties die in de tussentijd verkeren. Pauzelandschappen horen bij het ‘stad zijn’. Sommige plekken zijn er slechts kort, andere blijven jaren aanwezig. En op den duur zullen ze weer opgenomen worden in het officiële stedelijke weefsel, met een officiële functie of bestemming. Maar tegelijkertijd zal er op een andere locatie weer een nieuwe pauzeplek verschijnen. Het is een systeem dat permanent aanwezig is en dat van verschuift over de stad. Pauzelandschappen zijn daarmee een karaktereigenschap van de stad die altijd in ontwikkeling is.

Deze visie op pauzelandschappen opent een perspectief om met tijdelijk gebruik van deze plekken ook op een groter schaalniveau invloed uit te oefenen: op het niveau van het landschap in plaats van op de schaal van de plek.


Braakliggende terreinen in Deventer, duur en verwachte duur


Pauzelandschappen zijn proeftuinen voor nieuwe ontwikkelmethodes

Misschien moet naast de monumentenstatus ook een tussentijdstatus ingesteld worden, zodat het mogelijk wordt om in pauzelandschappen met andere verdienmodellen, planprocessen en regelgeving te werken. Pauzelandschappen veranderen dan van een probleem in een kans. En het beheer van pauzelandschappen verandert in het ‘ontwikkelend beheren’. Ontwikkeling en beheer zijn dan geen gescheiden trajecten meer, maar een plek wordt tijdens zijn gebruik, tijdens het beheer, stap voor stap ontwikkeld. De tussentijd fungeert dan als experimenteer- en implementatie-fase, waarin verbindingen kunnen worden gelegd met zowel de toekomst als ook de directe omgeving. Om dit te bewerkstelligen liggen er zowel bij de traditionele planningsmachinerie als bij creatieven uitdagingen. De laatstgenoemden ontplooien initiatieven in de tussentijd - hands-on en in real life - waarmee ze de tussentijd pro-actiever als tool kunnen inzetten voor de innovatie van ruimtegebruik. Daarentegen zal de eerste groep hun traditionele werkwijzen moeten durven loslaten om zo ruimte te maken voor nieuwe perspectieven. Bijvoorbeeld door minder gericht te zijn op regelgeving en procedures en meer te kijken naar de inhoud en zingeving erachter, door binnen economische beslismodellen maatschappelijke waardecreatie mee te nemen als weegfactor en door in de planning meer ruimte te laten voor en vertrouwen te hebben in het onverwachte. Pauzelandschappen worden dan proeftuinen voor nieuwe ontwikkelmethodes.

Open Lab Ebbinge in Groningen - tijdelijk gebruik van braakliggend terrein in centrum


Pauzelust, publiek diner met met opgeklopte (her)bestemmingen, losgeklopte architectuur en voorgekookt beleid in vele smaken

Het pauzelandschap van Deventer wordt ontsloten op internet, maar was ook één keer letterlijk te betreden tijdens het publieke diner ‘Pauzelust’, op 15 november 2012. Een diner annex ontdekkingsreis door het pauzelandschap van Deventer, met inspirerende input uit de rest van Nederland.

Tijdens dit publieke diner is met een groep experts op zoek gegaan naar recepten voor het pauzelandschap, met opgeklopte (her)bestemmingen, losgeklopte architectuur en voorgekookt beleid in vele smaken. Het was een ontdekkingsreis annex diner voor stadsliefhebbers, lokale stakeholders, tijdelijke gebruikers en leden van het kennisplatform Tussentijd in Ontwikkeling. Pauzelust was een diner en ontdekkingsreis ineen, langs verschillende pauzelandschappen in Deventer. De tocht liet mensen op een nieuwe manier naar de stad kijken. De route bracht het ontstaan, de mogelijkheden en onmogelijkheden van pauzelandschappen op zowel ludieke als inhoudelijke manier in beeld. Samen met stakeholders, stadsliefhebbers, tijdelijke gebruikers en experts van het kennisplatform Tussentijd in Ontwikkeling is gewerkt aan nieuwe recepturen voor pauzelandschappen, is kennis uitgewisseld en zijn nieuwe contacten gelegd. Het op informele wijze bij elkaar brengen van relevante stakeholders met uiteenlopende achtergronden, belangen en perspectieven werd als grote meerwaarde ervaren.

Voorgerecht Pauzelust op braakliggend terrein in Deventer


Meer info: www.pauzestreken.nl

gepubliceerd op: 31 januari 2013